Diagnose
Laatst bijgewerkt op: 30-06-2026
Een goede diagnose van dementie is belangrijk voor de persoon zelf en de naasten. Het geeft duidelijkheid en helpt om veranderingen beter te begrijpen. Op deze pagina vind je uitleg en tips over het stellen van de diagnose en de ondersteuning daarna.
Vroegtijdige diagnose van dementie
Tijdens de niet-pluisfase wordt onderzocht of iemand mogelijk dementie heeft. Hierbij kunnen een casemanager dementie of een praktijkondersteuner huisarts ondersteuning bieden. Een vroegtijdige diagnose kan veel voordelen hebben. Het geeft mensen de ruimte om met dementie om te leren gaan, in gesprek te gaan met lotgenoten en tijdig belangrijke keuzes te maken. Voor naasten helpt het inzicht te krijgen in veranderingen en bevordert de acceptatie.
Voor zorgprofessionals maakt het mogelijk om passende adviezen en interventies in te zetten. Tegelijkertijd blijft de keuze om het diagnostisch traject te doorlopen altijd bij de persoon met klachten zelf.
Ziektediagnostiek
De ziektediagnose stelt vast of iemand dementie heeft en om welk type het gaat, bijvoorbeeld Alzheimer, Lewy body-dementie of frontotemporale dementie.
Meestal start de huisarts dit proces met een gesprek, lichamelijk onderzoek en geheugentesten. Indien nodig volgt aanvullend onderzoek in het ziekenhuis, zoals bloedonderzoek of een hersenscan. De diagnose kan worden gesteld door onder andere een huisarts, geriater, neuroloog, psycholoog of specialist ouderengeneeskunde.
Aangepaste diagnostiek bij verschillende achtergronden
In het diagnosetraject is het belangrijk om rekening te houden met de verschillende achtergronden van mensen met mogelijk dementie en hun naasten. Daarnaast ook de andere specifieke doelgroepen: mensen met een verstandelijke beperking en dementie, dementie op jonge leeftijd, mensen met een psychische aandoening.
Dementie op jonge leeftijd, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking
Medicatie bij dementie
Er zijn enkele medicijnen die dementie niet genezen, maar wel die symptomen tijdelijk verminderen. Ook kunnen ze het dagelijks functioneren ondersteunen en soms de achteruitgang vertragen. Deze middelen werken niet bij iedereen en kunnen bijwerkingen hebben.
Zorg- en ondersteuningsdiagnostiek
Na de ziektediagnostiek volgt de zorg- en ondersteuningsdiagnostiek. In dit gesprek wordt besproken hoe het dagelijks leven eruitziet, welke vragen en behoeften er zijn en welke ondersteuning nodig is om zo prettig en zelfstandig mogelijk te blijven functioneren met dementie.
Een casemanager dementie of andere deskundige bespreekt dit samen met de persoon met dementie en de naasten. Daarbij is aandacht voor:
- vragen, wensen en behoeften;
- uitleg over passende zorg en ondersteuning;
- het aanbod in de regio en waar hulp te vinden is;
- het sociale netwerk en de thuissituatie;
- mogelijke aanpassingen in huis;
- het gebruik van digitale hulpmiddelen (indien nodig).
Aandachtspunten
In de zorg en ondersteuning voor mensen met dementie zijn enkele aandachtspunten extra belangrijk:
- Palliatieve zorg start al vanaf de diagnose, omdat dementie niet te genezen is. De focus ligt op kwaliteit van leven en het voorkomen van lijden.
- Proactieve zorgplanning: bespreek tijdig wensen voor de toekomst en leg deze vast.
- Praktische zaken: denk bijvoorbeeld aan de gevolgen voor het rijbewijs.
Meer informatie
Meer informatie over de diagnosefase lees je op Zorg voor Beter.