Gemeente Den Haag investeert in dementievriendelijke samenleving
Gepubliceerd op: 08-04-2026
Ongeveer driekwart van de mensen met dementie woont thuis en wil actief blijven deelnemen aan de samenleving. Gemeenten kunnen dit ondersteunen. Katja Verschoor, senior beleidsadviseur gemeente Den Haag, legt uit hoe het traject naar een dementievriendelijke gemeente helpt beleid en voorzieningen te verbeteren.
In 2025 is Den Haag een dementievriendelijke gemeente geworden. Wat was voor Den Haag de aanleiding om dit te worden?
‘Wij zien dat het aantal ouderen toeneemt, de huishoudens kleiner worden en dat omkijken naar elkaar niet vanzelfsprekend is. Tegelijkertijd willen we dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en daarbij ook nog eens zo min mogelijk een beroep doen op de formele zorg. Als gemeente vragen we ons daarom af: wat komt er op ons af? En waar moeten we rekening mee houden? Er komen bijvoorbeeld meer ouderen met verward gedrag op straat, maar we willen niet dat de politie een haal-en-brengservice voor mensen met dementie wordt. Hoe kunnen we dit opvangen? Het traject Dementievriendelijke Gemeente hielp ons om te zien wat er goed gaat en wat beter kan in ons beleid en onze voorzieningen.’
Wat voor beleid en voorzieningen bestonden er al?
‘De gemeente kan dingen zo regelen dat iedereen, jong en oud, er voordeel van heeft. Dat doen we bijvoorbeeld met het beleidsplan Seniorvriendelijk Den Haag en onze Woonzorgvisie. Om mensen met dementie echt mee te laten doen, zijn ook speciale voorzieningen nodig. We zorgen daarbij allereerst dat we de sociale basis op orde hebben. Dat er ondersteuning is voor mantelzorgers, waaronder respijtzorg. En dat er daarnaast mogelijkheden zijn om activiteiten te ondernemen en mensen te ontmoeten, zoals Alzheimer Cafés en locaties van Haags Ontmoeten. Bovendien zorgen we met deskundigheidsbevordering dat er meer begrip ontstaat voor mensen met dementie. Bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden aan Wmo-medewerkers.’
Het traject Dementievriendelijke Gemeente hielp ons om te zien wat er goed gaat en wat beter kan in ons beleid en onze voorzieningen.
Katja Verschoor, senior beleidsadviseur gemeente Den Haag
Nu is Den Haag een dementievriendelijke gemeente. Wat betekent dat?
‘We hebben nu inderdaad het predicaat "dementievriendelijk", maar zo voelen we ons nog niet helemaal. Het proces hiernaartoe was voor ons een mooie eerste opstap om in de toekomst meer waar te maken. Doordat we goed hebben gekeken en geluisterd wat er nodig is, weten we nu wat beter kan en wat aanvullend nodig is. Over twee jaar worden wij opnieuw getoetst door Alzheimer Nederland. We verwachten dat we dan weer iets meer tevreden zijn over wat Den Haag heeft bereikt voor mensen met dementie.’
Een dementievriendelijke buurt of gemeente worden?
Ook interesse om een dementievriendelijke gemeente te worden? Het begint met het invullen van de Dementiescan. De Dementiescan is een online vragenlijst die met getallen, tekst en grafieken inzichtelijk maakt:
- hoe dementievriendelijk de gemeente is;
- wat de gemeente kan doen om dit te verbeteren;
- hoe de gemeente scoort ten opzichte van andere gemeenten in de regio.
Voor wie aan een dementievriendelijke buurt wil werken heeft Alzheimer Nederland praktische handvatten op een rij gezet rondom wonen, ontmoeten en zorg.
In heel Nederland doen gemeenten hun best om te gaan met een toenemend aantal mensen met dementie. Wissel je hierover wel eens uit met andere gemeenten?
‘In de regio Haaglanden (Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer) hebben we nu het "Geheugenberaad", waarin we intensief met elkaar optrekken. Omdat mensen met dementie en hun naasten vaak tussen gemeenten bewegen, is samenwerking van beleidsmakers belangrijk. Door samen te werken kunnen we beter kennis en ervaringen delen, en efficiënter en effectiever beleid maken. We helpen elkaar soms ook met hele praktische inzichten zoals hoe casemanagers mensen met dementie kunnen helpen voldoende te eten.’
Welke wensen heb je voor de toekomst?
‘Dat zijn er twee. Allebei hebben ze met kinderen en jongeren te maken. Allereerst moeten we meer aandacht voor preventie hebben. Bij een optimale hersenontwikkeling bij kinderen en jongeren kun je geheugenklachten op latere leeftijd voorkomen. Als we kinderen en jongeren optimale ontwikkelkansen bieden, heeft dat levenslang effect. Hoe rijker het netwerk is van geheugenverbindingen dat zij hebben aangemaakt, hoe beter zij later bestand zijn tegen geheugenklachten. Bij preventie van dementie moet je dus ook denken aan een kansrijke start voor kinderen en een leven lang leren en ontwikkelen.
Ten tweede is er een cultuurverandering nodig. We moeten meer naar elkaar en naar mensen met dementie omkijken. In alle beleidsplannen zien we de "zorgzame buurten" en "voorzorgcirkels" terug. Tegelijkertijd zien we in de praktijk dat veel mensen juist meer op het individuele zijn gericht. We moeten dus toe naar een cultuurverandering. En ik zou zeggen, laten we beginnen bij kinderen, die staan hier nog voor open.’