Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Hoe en wanneer bespreek je onvrijwillige zorg?

Gepubliceerd op: 16-01-2026

Hoe kan je het gesprek over onvrijwillige zorg aangaan? Wat is het juiste moment? We geven enkele adviezen over hoe je dit kunt doen.

Een gesprek over onvrijwillige zorg voer je bij voorkeur continu en zo vroeg mogelijk. De volgende 2 tips kunnen hierbij helpen:   

  • Als het mogelijk is, start dan het gesprek over onvrijwillige zorg vanaf de eerste ontmoeting. Dit geeft de persoon met dementie en de mantelzorger de mogelijkheid om slecht nieuws te verwerken en de ondersteuning van jou als professional te bespreken.  
  • Start het gesprek wanneer de persoon met dementie het nog zelf kan begrijpen. Zo kun je goed zijn wensen bespreken. En is er nog tijd om het gebruik van hulpmiddelen (bijvoorbeeld een gps-tracker) aan te leren. 

Een casemanager zegt hierover het volgende: 'Het juiste moment om lastige onderwerpen te bespreken, hangt sterk af van de cliënt en de situatie. Belangrijk is dat er nog cognitief begrip is, en dat de omstandigheden rustig zijn. Maar bovenal moet de cliënt er zelf voor openstaan. Het is dus altijd maatwerk: aansluiten bij het tempo en de daadkracht van de cliënt en de mantelzorger.'

Grondhouding: een gelijkwaardig het gesprek voeren

Deze concrete tips over je houding helpen om het gesprek over onvrijwillige zorg aan te gaan:

  • Wees betrokken en nieuwsgierig: stel vragen aan de persoon met dementie en de mantelzorger over hun leven. Leg contact van mens tot mens.  
  • Oordeel niet: vraag waarom de persoon met dementie of de mantelzorger iets wel of niet willen, zonder zelf een oordeel te hebben. Zo creëer je openheid en gelijkwaardigheid.  
  • Luister goed naar wat iemand zegt: heb oog en oor voor wat de persoon met dementie vindt en wil. Het gaat tenslotte om zijn leven. Luister ook goed naar wat de persoon niet letterlijk zegt, maar wel bedoelt of uitstraalt. Dit noemen we de non-verbale communicatie.  
  • Sluit aan bij hun wereld: houd rekening met en praat over de onderlinge familierelaties, het levensverhaal en leefwereld van de persoon met dementie en de mantelzorger.  

In gesprek: met respect voor autonomie en wees eerlijk 

Denk en handel niet vanuit het idee dat het allemaal al moeilijk genoeg is en dat je daarom de gevolgen door de dementie niet vertelt. Blijf eerlijk.  

  • Geef ruimte voor eigen keuzes: geef de persoon met dementie en de mantelzorger zoveel mogelijk ruimte om eigen keuzes te maken. Je kunt dit doen door te vragen wat zij het liefst zouden willen. Is verbale communicatie niet meer mogelijk? Zoek dan naar mogelijkheden waarop de persoon zich alsnog kan uiten.
  • Gebruik eenvoudige taal en sluit aan: pas je taalgebruik aan aan dat van de persoon. Sluit ook aan bij interesses, het levensverhaal en de context. Een voorbeeld is dagbesteding: als je dagbesteding overweegt, denk dan goed na wat past bij de persoon. Hiermee voorkom je mogelijk weerstand en verzet. Kijk voor tips en inspiratie voor dagbesteding voor de naaste op Dementie.nl
  • Wees eerlijk over wat mogelijk is en geef grenzen aan: soms moet je een duidelijke grens stellen, en is het nodig om – na zorgvuldige afweging volgens het stappenplan - onvrijwillige zorg toe te passen. Heb begrip voor de reactie van de persoon met dementie en de mantelzorger, maar blijf ook consequent. Zeg bijvoorbeeld: 'Het is geen leuke boodschap, ik vind het zelf ook lastig, maar zelf rijden kan niet meer. Je moet je rijbewijs inleveren.' 
  • Maak moeilijke onderwerpen luchtiger: een voorbeeld is dat je dagbesteding niet dagbesteding noemt, maar (vrijwilligers)werk of hobby. Dit kan anders overkomen op de persoon met dementie en het heeft een andere lading. Zo maak je een lastig onderwerp kleiner en luchtiger.  
  • Durf taboes te bespreken: zo voorkom je onveilige situaties en onvrijwillige zorg in de toekomst. Taboeonderwerpen zijn bijvoorbeeld: huiselijk geweld, onmacht, ongeremd (seksueel) gedrag en de stervensfase.

Een casemanager zegt hierover het volgende: ‘Lastige onderwerpen kun je soms heel luchtig brengen. Bijvoorbeeld bij veiligheid en dwalen. In plaats van direct te praten over risico's of regels, vraag ik: ‘Zou het niet fijn zijn als uw partner altijd weet waar u bent, ook wanneer u per ongeluk de weg kwijtraakt?’ Op die manier wordt het gesprek veel minder beladen en vinden mensen het vaak helemaal niet moeilijk om erover te praten.’ 

Bron

Vilans